Pastoor des Vaderlands.

  • Kerkeblad 3: Wat is er mis met het Vaderland?

    Ik kan genoeg opnoemen, wat er allemaal mis is met ons Vaderland. Van de wurgende en gevaarlijke politieke besluiteloosheid tot de prijs van de boodschappen, de wachttijd voor sociale huurwoningen en het toeslagenschandaal is er genoeg op ons kortzichtige Waterlinielandje aan te merken. Maar het woord ‘vaderland’? Wat is daar verkeerd aan?

    Je zou denken, heel wat! Zeker gezien de energie die een aantal mensen er in steken om er mee geassocieerd te zijn. Zelfs het ergste verwijt is in stelling gebracht! Het woord zou uit de tijd zijn.

    Nu is er zeker wat voor of tegen het woord vaderland te zeggen. Zoals alle woorden in de Nederlandse taal is ook dit woord mooi, maar niet  perfect. Je kunt hem gebruiken voor iets goeds – om verbinding uit te drukken. Maar ook voor boze doeleinden, als je er een ander de rug mee toekeert.  

    Het woord vaderland nodigt ons bij uitstek tot iets goeds uit. Het impliceert verbintenis. Misschien ligt je verleden daar, of je toekomst. Of zelfs allebei! Je hebt er hoe dan ook een band mee. Het is van betekenis voor je. Andere plekken zijn vast ook mooi en bijzonder, maar zijn toch niet hetzelfde. Híer is het voor ons te doen.  

    Omdat het hier te doen is, is het vaderland ook bij uitstek de plek waar we verantwoordelijk voor zijn. Die verantwoordelijkheid is hard nodig. De toekomst ziet er immers grimmig uit. We moeten elkaar en de andere Europese democratieën vasthouden. Dat kan alleen als je zelf stevig staat, als je weet wie je bent en waar je het voor doet, waar je hart ligt. Ons land, onze samenleving.  

    Vaderland betekent dus niet zomaar: ‘wij alleen’, geïsoleerd, tegen de ander. Een citadel achter de dijken. Wij zijn juist op ons  best wanneer we schouder aan schouder met anderen staan. Als dat uit de tijd is, dan brengen we het maar weer in de tijd. Want zoals wij zijn, zo zijn de tijden. (aldus St. Augustinus)

    Omdat het Vaderland een hartezaak is, kun je nooit zomaar voor het Vaderland spreken. De titel ‘iets des Vaderlands’ kun je dus alleen op je nemen, wanneer je dat met een knipoog doet. Kun je dat niet meer, dan moet je je iets anders noemen. Der Nederlanden, bijvoorbeeld. Net als de Koning. Erg officieel. Meer linten. minder knipogen. Maar vast wel met saluutschoten en plechtige muziek – al zal dat niet echt compenseren.

    Een schrijnend gebrek aan knipoog is ook een aspect van iets anders. Uit mijn pastorale praktijk ken ik ook nog een ander woord: een woord dat helaas nooit uit de tijd is, hoe lang het ook meegaat. Scrupules.

    Een scrupule, in de katholieke moraal, is een onredelijke angst dat je (erge) zonde hebt gedaan waar dat niet het geval is. Van iets kleins iets monsterlijks maakt bijvoorbeeld. Of dat je twijfelt aan vergeving, en het steeds krampachtig over hetzelfde wil hebben, ook al zou het al lang achter je moeten liggen.

    Of misschien, in het geval van mensen die zich veel met taal tegenhouden, krampachtig letterlijk nemen wat figuurlijk is, zwaar opnemen wat licht is, of steeds serieus nemen wat als milde scherts bedoeld was.

    Scrupules zijn niet om mee te lachen. Mensen met scrupules lijden daar vaak onder. Of ze laten anderen lijden, dat kan ook. Scrupules hebben iets obsessiefs: als je eenmaal bent begonnen met scherts au sérieux te nemen, krampachtig elke knipoog negeert en op zoek gaat naar hoe iets verkeerd begrepen kan worden, dan is het einde zoek. Daar word niemand blij van.

    En als je uit scrupule mensen er van overtuigt dat kleine, hypothetische, problemen groot en wezenlijk zijn, dan maak je automatisch de grote problemen kleiner. Dat is riskant, zeker in een tijd met veel grote problemen.

    Laten we dus maar terugkeren, naar hoe het leven bedoeld is. Niks groeit zonder wortels. Wij hebben onze tijd en onze plaats nodig om waardevolle dingen te kunnen doen. Wat werkelijk goed is, is nooit uit de tijd.

    Leve het vaderland!

    Jan-Jaap van Peperstraten, Pastoor des Vaderlands.

  • Kerkeblad 2: Bij het Begin van de Vastentijd

    Ivan Kramskoy, Christus in de Wildernis, 1872

    Beste vrienden.

    Een bekende politica schreef in de afgelopen dagen op X dat Carnaval een belangrijke traditie is, die ze altijd zou beschermen. Dat is erg hartverwarmend. Er is echter een reden waarom Carnaval niet op de kerkelijke kalender hoeft te staan, en vasten wel. Feestgedruis zorgt uiteindelijk wel voor zichzelf. Zelfs als de kerk het je niet aanbeveelt doen mensen het zo ook wel. Vooral als er overdaad bij komt kijken.

    Het is juist het omgekeerde dat moeilijk is. Je ontdoen van wat teveel is, van diezelfde overdaad. Als je mensen wil opjagen moet je ze maar eens zeggen dat ze juist eens een tijd met wat minder uit moeten komen. Misschien niet elke dag veel vlees, bijvoorbeeld. Dan heb je het gedonder in de (goedgevulde) glazen.

    Van een teveel ben je niet zomaar af. Teveel dingen. Teveel informatie. Teveel nieuws.  Teveel dingen, daar kunnen we ons nog wat bij voorstellen. Daar struikelen we namelijk over. Of de kast kan niet meer dicht van alles dat we gekocht hebben. Maar teveel informatie, teveel nieuws, teveel dingen om je mee bezig te houden… Dat is al een stuk moeilijker. Die overdaad eet immers je aandacht op. En heb je minder aandacht dan valt je minder op. Niet aan anderen, en niet aan jezelf. De aandacht heeft veel vijanden. Wie ons slechtgezind is, wil ons steeds afgeleid zien, vervreemd van wat we weten dat goed is. Vervreemd van anderen. Het liefst in continu conflict met onze naasten.

    Ga in de binnenkamer, in het verborgene. Dat zijn de woorden van Jezus in de lezing van Aswoensdag. Die toch heeft één doel: die zelfde aandacht herwinnen die we op zoveel plekken zijn kwijtgeraakt.

    Veertig dagen om terug te keren naar de kern van de zaak: Wie zijn we? Wie zijn we in relatie tot anderen? Wie zijn we in relatie tot God. Enkel vanuit die relaties leren we onszelf kennen, kunnen we onze plaats in de wereld hervinden, en vinden we ook de kracht om de juiste keuzes te maken als de wereld om ons heen zich prijsgeeft aan chaos.  

    Ga in de binnenkamer, in het verborgene. Herwin de aandacht. Opdat wij weer weten wie wij zijn. Nu is het tijd om te snoeien. Weg te doen wat ons niet meer helpt, af te snijden wat ons af-leidt van wat waar is en goed. Het is maar voor even. Met een weinig snoeien bereiken we veel.

    Ik wens u een zegenrijke Vastentijd toe.

    Pastoor Jan-Jaap van Peperstraten, Pastoor des Vaderlands.

  • Kerkeblad 1: Pastoor des Vaderlands

    Vanavond doen alle oud des Vaderlandsen afstand van hun posities. Ze gaan zichzelf iets anders noemen. Dat is hun zaak. Hiermee breekt echter ook een nieuwe vrijheid aan. Je mag jezelf noemen wat je wil, zolang je het maar met een knipoog doet! Pastoor ben je altijd voor een concrete gemeenschap. Het is dus onmogelijk om pastoor te zijn voor een heel land. Maar dat is slechts de realiteit. En wie maalt daar nu om in deze dolle dagen voor carnaval? Na hiertoe gevraagd te zijn door ons Vaderlandse volk, zoals vertegenwoordigd op de sociale media, neem ik dus blijmoedig de titel en functie van Pastoor des Vaderlands op me. Wanneer de nood roept, of de gelegenheid zich meldt zal ik niet nalaten om – gebruik makend van deze ere-rol – iets inspirerends of hoopvols met jullie te delen. Ik beloof dat ik mij in tegenstelling tot de allerlaatste, inmiddels uitgedoofde, Kongsi des Vaderlands mezelf niet verlammend serieus zal nemen, maar tegelijkertijd zal ik me met een snik en een grimlach inzetten voor alles wat ons in ons land ter harte gaat.

    Pastoor Jan-Jaap van Peperstraten