
Ik kan genoeg opnoemen, wat er allemaal mis is met ons Vaderland. Van de wurgende en gevaarlijke politieke besluiteloosheid tot de prijs van de boodschappen, de wachttijd voor sociale huurwoningen en het toeslagenschandaal is er genoeg op ons kortzichtige Waterlinielandje aan te merken. Maar het woord ‘vaderland’? Wat is daar verkeerd aan?
Je zou denken, heel wat! Zeker gezien de energie die een aantal mensen er in steken om er mee geassocieerd te zijn. Zelfs het ergste verwijt is in stelling gebracht! Het woord zou uit de tijd zijn.
Nu is er zeker wat voor of tegen het woord vaderland te zeggen. Zoals alle woorden in de Nederlandse taal is ook dit woord mooi, maar niet perfect. Je kunt hem gebruiken voor iets goeds – om verbinding uit te drukken. Maar ook voor boze doeleinden, als je er een ander de rug mee toekeert.
Het woord vaderland nodigt ons bij uitstek tot iets goeds uit. Het impliceert verbintenis. Misschien ligt je verleden daar, of je toekomst. Of zelfs allebei! Je hebt er hoe dan ook een band mee. Het is van betekenis voor je. Andere plekken zijn vast ook mooi en bijzonder, maar zijn toch niet hetzelfde. Híer is het voor ons te doen.
Omdat het hier te doen is, is het vaderland ook bij uitstek de plek waar we verantwoordelijk voor zijn. Die verantwoordelijkheid is hard nodig. De toekomst ziet er immers grimmig uit. We moeten elkaar en de andere Europese democratieën vasthouden. Dat kan alleen als je zelf stevig staat, als je weet wie je bent en waar je het voor doet, waar je hart ligt. Ons land, onze samenleving.
Vaderland betekent dus niet zomaar: ‘wij alleen’, geïsoleerd, tegen de ander. Een citadel achter de dijken. Wij zijn juist op ons best wanneer we schouder aan schouder met anderen staan. Als dat uit de tijd is, dan brengen we het maar weer in de tijd. Want zoals wij zijn, zo zijn de tijden. (aldus St. Augustinus)
Omdat het Vaderland een hartezaak is, kun je nooit zomaar voor het Vaderland spreken. De titel ‘iets des Vaderlands’ kun je dus alleen op je nemen, wanneer je dat met een knipoog doet. Kun je dat niet meer, dan moet je je iets anders noemen. Der Nederlanden, bijvoorbeeld. Net als de Koning. Erg officieel. Meer linten. minder knipogen. Maar vast wel met saluutschoten en plechtige muziek – al zal dat niet echt compenseren.
Een schrijnend gebrek aan knipoog is ook een aspect van iets anders. Uit mijn pastorale praktijk ken ik ook nog een ander woord: een woord dat helaas nooit uit de tijd is, hoe lang het ook meegaat. Scrupules.
Een scrupule, in de katholieke moraal, is een onredelijke angst dat je (erge) zonde hebt gedaan waar dat niet het geval is. Van iets kleins iets monsterlijks maakt bijvoorbeeld. Of dat je twijfelt aan vergeving, en het steeds krampachtig over hetzelfde wil hebben, ook al zou het al lang achter je moeten liggen.
Of misschien, in het geval van mensen die zich veel met taal tegenhouden, krampachtig letterlijk nemen wat figuurlijk is, zwaar opnemen wat licht is, of steeds serieus nemen wat als milde scherts bedoeld was.
Scrupules zijn niet om mee te lachen. Mensen met scrupules lijden daar vaak onder. Of ze laten anderen lijden, dat kan ook. Scrupules hebben iets obsessiefs: als je eenmaal bent begonnen met scherts au sérieux te nemen, krampachtig elke knipoog negeert en op zoek gaat naar hoe iets verkeerd begrepen kan worden, dan is het einde zoek. Daar word niemand blij van.
En als je uit scrupule mensen er van overtuigt dat kleine, hypothetische, problemen groot en wezenlijk zijn, dan maak je automatisch de grote problemen kleiner. Dat is riskant, zeker in een tijd met veel grote problemen.
Laten we dus maar terugkeren, naar hoe het leven bedoeld is. Niks groeit zonder wortels. Wij hebben onze tijd en onze plaats nodig om waardevolle dingen te kunnen doen. Wat werkelijk goed is, is nooit uit de tijd.
Leve het vaderland!
Jan-Jaap van Peperstraten, Pastoor des Vaderlands.
